Amazonas

11-8
We kunnen op ons gemak ontbijten, ons vliegtuig gaat pas om twee uur. Margerita geeft ons heel attent een aandenken aan ons verblijf. Op het vliegveld hebben we alle tijd om onder het genot van cappucino’s het reisblog bij te werken.

Leticia ligt op het drielandenpunt van Colombia met Brasilie en Peru. Het is er overigens behoorlijk fris. met 22 graden veel kouder dan we hadden verwacht. De oostenwind heeft hier de afgelopen nacht en ochtend uit Brasilie flink veel regen gebracht en daarmee ook afkoeling. Gelukkig zijn we nog op Bogota gekleed. De fleece kan aanblijven.
Nu we een volledige toer hebben geboekt kan het verstand uit. Op het vliegveld van Leticia staat Sr. Robinson op ons te wachten. Met een taxi worden we naar de pier vervoerd waar een watertaxi op ons wacht. Onze bagage wordt keurig aan boord gebracht. Wat een weelde om niet zelf te hoeven sjouwen.

De Amazone is hier honderden meters breed. Ons bootje is voorzien van een flinke buitenboordmotor en op het vlakke water gaan we snel vooruit. Onze bestemming is de op dikke boomstammen drijvende houten cabaña Kurupira, een kilometer of vijf de rivier op.
image
Hier voegt een zijarm zich weer in de Amazone. We zijn de enige gasten in dit twee verdiepingen hoge bouwsel. Onze hut is op de bovenverdieping. We hebben een prachtig zicht op de rivier en op de punt van de zandbank die de armen van de rivier scheidt.
image
Smalle lange kano’s varen op de rivier, aangedreven door luchtgekoelde buitenboordmotoren waarvan de schroef aan het einde van een rechte, twee meter lange staart zit. Ik zag deze motoren voor het eerst in Bankok. Later hoor ik dat deze motoren inderdaad uit Thailand en uit Japan komen. Ze worden hier pèkepèke genoemd, naar het geluid dat ze produceren. Goedkoper in aanschaf en zuiniger dan gewone buitenboordmotoren.
image
De papagaaien en parkieten op de oever maken op dit late middaguur een lawaai van jewelste. Om tien voor zes is het als op commando in een klap stil. Tien minuten later is het donker en gaat de generator aan. We hebben stroom tot negen uur. Net genoeg om de batterij van mijn fototoestel weer een beetje op te laden.
Beneden is de open keuken, waar een eenvoudig maar smakelijk maal voor ons wordt klaargemaakt. Ze hebben er zelfs een flesje wijn bij! Dat laten we ons natuurlijk niet ontzeggen en zo hebben we nog een glaasje om na het eten boven na te genieten. Als we daar de spaarlampen losdraaien kunnen we de heldere sterrenhemel zien boven de maanverlichte Amazone. De chicades hebben het orkest van de vogels overgenomen. Muy romantico. Voor het slapengaan wacht ons een koude douche, dat stellen we graag even uit.

12-8
Na het ontbijt hebben we nog net tijd om de trots van beheerder Pedro te zien. Op het land achter het drijvende gebouw heeft hij een park aangelegd waar we een voorproefje krijgen van wat ons in de jungle te wachten staat. Het lokkertje is de Victoria Regia waterlelie in een meertje waar hij een brug overheen heeft geslagen. Maar zijn tamme groene roodstaart papagaaien zijn ook leuk, en zijn uitleg over medicinale planten en bomen is zeer interessant.
image
Zijn timing is perfect. Als we terugkomen van de korte wandeling komt onze watertaxi net aan met gids Mario en vier colombianen die in Leticia hebben overnacht.

Het is nog een behoorlijk eind varen naar de Reserva el Milagro de Marasha bijna een uur stroomopwaarts aan de overkant van de rivier. Dit is Peruaans grondgebied, ik ben voor het eerst in mijn leven in Peru. Hier gaan we onze eerste wandeling door de jungle maken. Maar nu blijkt dat onze trip, die tot nog toe vlekkeloos is verlopen, toch niet tot in de puntjes is georganiseerd. De vier anderen hebben uit Leticia laarzen meegenomen, en die zijn echt nodig als je over de blubberige paden in het woud gaat lopen. Ik vraag onze gids Mario of er niet hier ter plekke laarzen kunnen worden geregeld. Het vooruitzicht om op mijn gympen door de modder te banjeren is niet erg aanlokkelijk. Voor Ineke blijken er laarzen in haar maat beschikbaar, maar maat 43 is echt een probleem. Als blijkt dat de maat 39 laarzen van Ien erg groot uitvallen, maatje 37 pas haar prima, mag ik de laarzen van de gids proberen. Volgens de gids maat 39, maar ze passen me net. Mario gaat wel op blote voeten, zegt hij dapper, maar even later leent hij toch maar de laarzen van een collega.
Als we op pad zijn ben ik erg blij met mijn laarzen. Af en toe zompen we enkeldiep door de zuigende modder. Gids Mario vertelt dat dit deel van het woud van januari to april een paar meter onder water staat. Het is nog steeds niet helemaal opgedroogd. De bomen hebben kaarsrechte stammen, een meter of dertig hoog voordat ze zich vertakken in bebladerde toppen.
image
Het leven speelt zich verborgen in de boomtoppen af. We zien een paar apen, voornamelijk achter de bladeren buiten beeld, maar de bewegende takken verraden hun positie. Mario spot ook een luiaard, die veel langer in beeld blijft. Op dertig, veertig meter hoog doet hij zich tegoed aan de bladeren. Het pad leidt ons langs een kreek, de rand van een stuk dat permanent onder water staat. De bomen hier zijn laag, meer struiken op een drie meter hoge stam.
image
Overigens zet Mario er flink de sokken in. Regelmatig moet hij wachten op het wat tragere deel van de groep, waar wij ook toe behoren. Wij staan af en toe stil om iets te bekijken, maar dan is Mario te ver vooruit om hem vragen te stellen.
Na anderhalf uur komen we bij de maloca, ons onderdak. Een verzameling houten hutten op palen aan een meer, verbonden met vlonderpaden op palen. Een kudde tamme knagers ter grootte van kleine varkens staat klaar om ons te begroeten.
image
Onder het afdak waar we koffie en limonade krijgen, zit een tamelijk opdringerige tamme lora. Even verderop zitten grote gekleurde papagaaien op een stok. Na het inkwartieren wacht ons een smakelijke lunch naar Brasiliaans recept. We zitten per groep aan tafel. Onze jonge gids gaat apart zitten, anders dan de iets oudere gids van een groepje Duitsers een tafel verderop. We hebben na de lunch nog een uurtje siesta voor we een kanotocht over het meer gaan doen. De hangmatten op een overdekt vlot op het water zijn uitstekend. Wat een leven.
We hebben de keuze: zelf peddelen in een kayak of met onze gids in de grote kano. Wij kiezen voor de kano samen met een colombiaanse. De drie anderen gaan in de kayak. Langzaam worden we het meer rond gepeddeld om de flora en fauna te bekijken. Aan de kant sterft het in de bomen van de pavo’s een pauwensoort.
image
Maar we zien ook een visarend. Over de andere vogels die we zien krijgen we wat ontwijkend commentaar, kennelijk is de kennis van onze gids beperkt tot de grootste en meest spectaculaire vogels.
De boom die boven alle andere uitsteekt is een eeuwenoude Ceiba. We wandelen er naar toe om te zien hoe groot hij is. Het is werkelijk imposant. Op een meter of veertig hoog, waar de takken beginnen, is een platform gebouwd waar in het seizoen de canope kabel begint die over het meer gespannen is. Daarboven torent nog een meter of 15 a 20 de kroon van de boom.
image
De kanotoer had van ons wel de rest van de middag mogen duren. Heerlijk relaxed om zo rondgevaren te worden. Maar Mario vindt anderhalf uur wel genoeg. Eenmaal terug is het vissen op piraña’s weinig succesvol. We zien in het heldere water hoe de agressieve visjes ons het aas van de haak vreten, maar vangen is er niet bij. We gaan dus nog maar zelf wat kayakken. Zo aan het einde van de middag zien we steeds meer vogels: koeten, reigers, vliegenvangers en een grote soort ijsvogels die het water in duiken om hun prooi te vangen. De bloemen van de Victoria Reina waterlelies die hier ruim vertegenwoordigd zijn, schitteren wit in de avondzon. Rustig peddelend genieten we op het stille meer tot de duisternis valt.
Als ik even later onder de (koude) douche sta word ik uitgelachen door een klein kind. Ik kijk naar de spleten tussen de planken die mijn privacy zouden moeten garanderen, maar ik zie niets. Tot ik naar boven kijk en de vrijpostige lora lachend tegen het muggengaas zie klimmen. Het klinkt levensecht.
Na het avondeten hebben we een nachtelijke tocht over het meer, op zoek naar zwarte kaaymannen. Gewapend met een hoofdlamp gaat Mario voor in de kayak peddelend op zoek. Hij weet precies waar hij moet zijn. Een meter of twintig van het resort vaart hij een rietkraag in en speurt en speurt. En jawel hoor, een minuut of vijf later heeft hij hem te pakken. Een kaaymannetje of kaayvrouwtje van wel twintig centimeter wordt aan boord gehesen. We mogen hem allemaal zien bij het zicht van de zaklampen. Beurtelings mogen we hem vasthouden, achter de kop want ze kunnen gemeen bijten. Voor de vorm varen we nog speurend het halve meer rond. Vruchteloos. Volwassen kaaymannen laten zich niet zien. De gevangen kaaiman wordt pas losgelaten als we weer op het vlot met de hangmatten staan. We zien hem terugzwemmen naar de rietkraag waar de gids van de duitse groep hem weer zal gaan zoeken.

13-8
Na het ontbijt maken we een tweede wandeling door het bos om terug te gaan naar de pier waar we zijn aangekomen. De rugzakken gaan met een van de lange smalle boten, die ons opwacht aan het einde van onze wandeling. Nu de zon schijnt wordt het snel warm en vochtig, prima om nu in een boot te zitten. Door een smalle kreek maken we nog een mooie tocht naar de pier waar het gezelschap zich zal splitsen.
image
De Colombianen terug richting Leticia, en wij in een prive watertaxi naar Puerto Nariña. Al wachtend op onze boot zien we dolfijnen stroomopwaarts gaan. Het zijn grijze dolfijnen, de kleine soort van anderhalve meter lengte.

Met de watertaxi die twee nieuwe gasten naar Marasha brengt, komt onze volgende gids Juan. Hij zal ons vergezellen naar Puerto Nariño. Helaas is hij niet erg spraakzaam. Onderweg hebben we twee stops. Eerst doen we het isla de los micos aan. Ik heb geen idee wat ons te wachten staat, en zodra we aan wal zijn worden we naar een groep mensen gedirigeerd die even verderop staat. Twee lokale gidsen zijn erbij. Ze vertellen ons om onze brillen stevig op het hoofd te zetten en we zien al snel waarom. Binnen de kortste keren zijn alle bezoekers bedolven onder de micos, een apensoort ter grootte van een kleine kat. Ze springen van de een naar de ander, waarbij degenen die van de gidsen een banaan krijgen het populairst zijn. Het is de bedoeling om de banaan stevig vast te houden, dan wordt je arm bedolven onder de aapjes die krijsend concurreren om dit lekkers. Erg zindelijk zijn ze niet, zien we aan de poep op de blote schouder van een van de vrouwelijke toeristen. Je moet er wat voor over hebben, bij mij piest er een op mijn rug.
image
Een half uurtje verderop met de boot bezoeken we een dorpje war de Ticuna de Macedonia wonen. Tikuna is de naam van het lokale volk in dit gebied. De gezinnen woonden hier vroeger verspreid in het woud, maar zijn door de regering in dorpen ondergebracht. Ongetwijfeld een onderdeel van het beleid om meer controle te krijgen in dit departement. De met palmbladdaken bekroonde houten huizen hebben geen ruiten. Openingen in de houten wanden zorgen voor licht en lucht. De originele behuizing van de indigenos had alleen een dak. Muren kwamen er pas in door de overheid gebouwde huizen.
Het dorpshuis waar we naartoe worden geleid is zo’n originele woning. Een ruimte van 30 bij 30 meter, overdekt met een rieten dak. Langs de rand tafeltjes met souvenirs, rond het midden banken voor de toeristen die het obligate dansje gaan bekijken. Vier in klederdracht gedoste vrouwen en drie kinderen gaan het dansje voor ons doen. Het publiek mag meedoen. Moet meedoen, tot groot genoegen van Ineke die als eerste wordt opgehaald door het jongetje in apepak met reuzenpenis. Ze had me net verteld hoe vreselijk ze dit vindt, maar ze doet braaf mee om het niet te bederven voor de anderen. Ook ik kom aan de beurt. Gelukkig duurt het niet lang. Tien minuten later gaan de kinderen met de kalebas rond.
image
We wandelen nog wat rond in deze tourist trap voordat we weer de boot in gaan voor het laatste stuk naar Puerto Nariño. Onze gids zit onderweg vredig te dutten.

Casa Selva was het eerste hotel van dit eco dorp waar gemotoriseerd verkeer is uitgebannen. Het oorspronkelijke gebouw is er nog, compleet vervallen en onbruikbaar. Wij logeren in het nieuwe gebouw, een kleine honderd meter hogerop. Een ruime kamer, een heerlijk bed, en een dakterras met mooi uitzicht op de omgeving. Er is niets mis met dit hotel.
Juan heeft een vriendinnetje in dit dorp dat hij meeneemt als we in een nabijgelegen restaurant gaan lunchen. Hij blijkt ineens een stuk spraakzamer. Tegen het vriendinnetje. Dat wij erbij aan tafel zitten stoort hem niet. Na de lunch is een rondwandeling door de stad gepland, en daarna een boottocht naar de Lagos de Tarapoto waar we grijze en de grotere roze dolfijnen zullen zien. Voor de wandeling is een lokale gids, Armando ingehuurd. Maar de plannen blijken te zijn gewijzigd. Juan neemt ons en zijn vriendinnetje na de lunch mee naar de rivier waar de watertaxi op ons wacht. Die brengt ons full speed naar de meren van Tarapoto. Door de snelheid zien we niet veel van de mooie meren waar we doorheen varen. We minderen vaart bij de ingang van Tarapoto, waar entree moet worden betaald en varen dan op tempo naar het midden van het meer. Hier draait Juan zich om, vertelt dat hier in de winter bij hoog water zeekoeien en dolfijnen te zien zijn maar nu niet omdat het water te laag staat, en vervolgens racen we weer terug naar Puerto Nariño. De hele trip heeft nog geen 40 minuten geduurd. We worden hier niet blij van en uiten ons ongenoegen als we weer aan de kant staan. Op mijn vraag waarom hij heen en weer gaat als hij weet dat er niets te zien is antwoordt Juan simpel dat het nu eenmaal in het protocol staat om erheen te gaan. Kennelijk vind hij het daarom ook normaal om het zo snel mogelijk af te raffelen. In het bijzijn van de volgende gids Armando maken we Juan duidelijk hoe ontevreden we zijn over zijn onprofessionele manier van doen.

Armando probeert het falen van zijn voorganger zoveel mogelijk goed te maken. Hij komt uit San Martin de Amacayou, een naburig dorp waar we morgen met hem naartoe gaan lopen. Tijdens de rondwandeling door Puerto Nariño vertelt hij over de levenswijze van de lokale bevolking. Men leeft van de landbouw op een stukje bouwgrond in het woud, van de visvangst en de laatste tijd ook van het toerisme. De geschilderde dieren op de huizen geven aan tot welke clan men behoort. Veel vogelclans: reigers, ganzen, adelaars, maar ook de dieren komen aan bod. Binnen de eigen clan wordt niet getrouwd. Puerto Nariño is relatief groot met bijna 8000 inwoners. San Martin heeft 550 inwoners.

Op de Mirador, een 18 meter hoge uitkijktoren aan de rand van Puerto Nariño, hebben we een panoramisch uitzicht over het lager gelegen oerwoud waar de Amazone zich majestueus doorheen slingert. Perfect voor een aantal panoramafoto’s.
image
Armando heeft tijdens onze wandeling bij een collega een bootje geregeld, en als we weer terug zijn bij het water gaan we op dolfijnenjacht. Als je weet waar je moet zijn hoef je niet ver. Nog geen kilometer buiten het dorp gaat de motor uit en wachten we rustig tot de dolfijnen komen. Binnen vijf minuten zien we onze eerste roze dolfijn, met een lengte van drie meter veel groter dan zijn grijze soortgenoot. Dit is het gebied waar ze aan het einde van de dag gaan jagen. Genietend van de rust speuren we het water af. Af en toe komt er een boven, sommigen horen we alleen snuivend uitademen, van anderen zien we de rug met de korte ronde rugvin. Meer een bult dan een vin, waar de grijze de meer typische scherpe rugvin hebben. Tevreden keren we terug naar het dorp. Het kost ons 20.000 peso’s, ongeveer tien dollar, geen geld voor deze mooie ervaring. Na het avondeten neem ik een uurtje de tijd om het reisbureau schriftelijk op de hoogte te brengen van onze ervaringen.

14-8
Het regenwoud doet zijn naam eer aan. Het plenst naar bendede. En dat op de ochtend dat we door het woud moeten naar San Martin. Hotel Casa Selva heeft gelukkig laarzen in de goede maat. Om een uur of acht gaan we met Armando op pad naar San Martin, het dorp waar hij woont. Hij heeft de wandeling vanmorgen vroeg al gedaan om ons op te halen.
Armando vraagt belangstellend of we regenkleding hebben. Ineke heeft een regenjas, ik niet. ‘Je wordt wel nat hoor.’ Waarschuwt Armando, die zelf ook geen regenjas blijkt te hebben’ Het is niet anders’ zeg ik en we gaan druipend op pad.
Binnen Puerto Nariño zijn de wandelpaden van beton, maar aan de rand van de bebouwing houdt dat op. We lopen over een breed pad door het secundaire woud. Secundair, omdat grote delen ervan eerder een paar jaar als landbouwgrond zijn gebruikt voordat het weer aan de natuur werd teruggegeven. We passeren meerdere chagra’s, stukjes land ter grootte van een hectare die gedurende twee jaar voor landbouwdoeleinden worden gebruikt. Bananen, mais en yuca zijn de belangrijkste gewassen. Net als de oogst is ook het vrijmaken van de chagra een collectief gebeuren. Armando vertelt dat in zijn dorp een nieuw stuk land van een hectare in een paar uur wordt veroverd op het bos. Dan zijn alle bomen geveld en verwijderd.
image
Als we een uurtje van het dorp verwijderd zijn, begint het primaire woud, dat al sinds mensenheugenis maagdelijk is. Het wild trekt zich overdag terug van het pad. De jagers moeten verder het regenwoud in om succes te hebben. Onderweg bekijken we allerlei medicinale planten. Planten waar oogdruppels uit vloeien als je ze afsnijdt, bomen waarin een brandend sap jeukende bulten binnen twee dagen geneest, een bloempje tegen maagproblemen, bladeren tegen kanker enzovoort. De jungle bevat de oplossingen voor vele kwalen. De pharmaceutische industrie haalt er de werkzame bestanddelen uit en maakt er pillen van zodat we moeten betalen voor de geneesmiddelen die in de natuur met de juiste kennis gratis beschikbaar zijn. Een wandeling door de jungle maakt je bewust van de eigenaardige manier waarop we onze westerse maatschappij hebben ingericht.
De bruggen over stroompjes bestaan uit vijf, zes naast elkaar liggende boomstammen, maar naarmate we verder het woud in gaan wordt het pad smaller en de bruggetjes ook. Het vergt soms een koorddansersmentaliteit om de riviertjes over te steken, dat maakt de wandeling wel zo avontuurlijk. We slagen er wonderwel in om telkens weer zonder in het water te vallen aan de overkant te komen.
image
Na een kleine drie uur eindigt het pad in een rivier, waar een kano op ons wacht. We dalen voorzichtig de steile oever af en stappen in. De Pekepeke pruttelt ons in twintig minuten naar San Martin, het dorp waar Armando woont. We wandelen door het dorp naar zijn huis, waar zijn vrouw ons opwacht. De baby ligt vredig te slapen in de hangmat. Achterin een kookgelegenheid. Een houtvuur op een tafel waar stenen op zijn gelegd om de tafel niet te laten verbranden. Op het vuur pruttelt een pan met voedsel voor Armando. Wij krijgen heerlijke schijven ananas en laten de lokale atmosfeer op ons inwerken terwijl Armando zijn maal naar binnen werkt.
image
Het dorp is nagenoeg verlaten. Armando vertelt dat het halve dorp bezig is met de oogst op een van de chagras. Natuurlijk vraag ik hem of hij niet mee had moeten doen. ‘Als je niet wordt uitgenodigd hoeft dat niet.’ is zin voor meerdere uitleg vatbare antwoord.
We lopen weer terug naar de kano. In anderhalf uur varen we rustig terug naar Puerto Nariño, waar Armando deze keer met ons de lunch gebruikt. Morgen zal hij er weer zijn om ons naar de pier te begeleiden vanwaar we teruggaan naar Leticia. Ons reisbureau laat niets aan het toeval over.
Op het dakterras van Casa Selva genieten we van een van de zonsondergangen waar de Amazone beroemd om is.
image
15-8
De snelboot naar Leticia komt om half acht aan uit Puerto Cabello, een Peruaans stadje stroomopwaarts. Armando verzekert zich ervan dat we met onze bagage aan boord zijn voordat zijn taak is afgelopen. Als de boot vertrekt blijkt al snel dat de rivier veel ruwer is dan op de heenweg. Het buiswater waait spetterend naar binnen zodat al snel de blauwe zeilen worden neergelaten. Lekker knus, maar we zien hierdoor weinig van de omgeving gedurende de twee uur durende rit.
In Leticia staat sr Robinson ons op te wachten. De organisatie van de trip is vlekkeloos. We worden per taxi naar het vliegveld vervoerd. Om twee uur landen we in Bogota, waar we ruim zeven uur de tijd hebben tot we vertrekken naar Carthagena. Een perfecte gelegenheid om aan dit reisverslag te werken. Helaas lukt het niet op het internet te komen. De wifi signalen komen prima binnen, maar we horen dat er problemen zijn met het internet. Dat moet dan maar wachten tot we in Carthagena zijn.

Advertenties

Bogota

7-8
Twee nachten in het simpele hotelletje is genoeg. We hijsen onze rugzakken stoer op de rug en lopen door de oude straten naar Anandamayi hostel, een kwartiertje verderop aan de rand van het oude koloniale La Candelaria. Een oase van rust rond drie binnenplaatsen waar eigenaresse Margarita mooie tuinen van heeft gemaakt. We kiezen voor een kamer aan de achterste tuin, waar in hoogte aflopende vijvers kabbelend in elkaar overlopen.
image
Vandaag is de geboortedag van de stad, een van de vele feestdagen waarop iedereen een vrije dag heeft. Wij wandelen door de oude binnenstad en bezoeken het Botero museum. In een prachtig koloniaal gebouw rond een binnentuin zijn de werken tentoongesteld.
image
Naast zijn uitgebreide collectie van eigen werk schonk Fernando Botero ook zijn collectie werken van tijdgenoten als Picasso, Chagall, Miro en Max Ernst aan zijn geboorteland. De Nationale Bank beheert de collectie in dit gratis toegankelijke museum, dat in open verbinding staat met het naburige Casa de Moneda, ook in een fraai koloniaal gebouw rond een binnentuin, en met het moderne Museo de Arte del Banco de la Republica.

We dwalen er uren rond, en besluiten met de indrukwekkende zaal waarin werken van Vic Muniz. Ik had nog nooit van hem gehoord. Hij maakt gigantische werken van afval, van voedsel, van diamantjes, alles wat hij maar ter beschikking krijgt. Vervolgens maakt hij er op afstand foto’s van, met verbluffend resultaat.
image
Zo krijg ik mijn portie cultuur wel binnen, het compenseert de culturele ontberingen op mijn kleine Bonaire.
Tienduizenden mensen wringen zich in de avond samen op Plaza Bolivar om de festiviteiten te volgen. Wij komen er niet doorheen. In de ramen van de kantoortorens aan de Carrera 7 zien we het vuurwerk weerspiegeld waarvan we de knallen horen. Tegen de tijd dat we bij het plein komen is het afgelopen en drommen de mensen al in tegengestelde richting terug.
In de woonkeuken van Anandamayi, de enige verwarmde ruimte van het hostel, genieten we onder het genot van een kopje cocathee nog na van deze dag.
image
8-8
We hebben nog geen kerk gezien in Bogota, dus vandaag brengen we daar verandering in. De beeldenstorm is aan Zuid Amerika voorbij gegaan. De kerk was indertijd het machtigste instituut in dit werelddeel, en dat is te zien in de vele rijk gedecoreerde kerken die in Bogota te bewonderen zijn. We lopen wat af om de fraaiste exemplaren te bekijken. Boordevol indrukken is het weer goed rusten bij de houtgestookte kachel in de keuken van Anandamayi
image
9-8
We zijn wat afgeleid door de vele bezienswaardigheden in de stad, maar aangezien we morgen naar het amazonegebied willen is het hoog tijd om daar iets voor te regelen. Aangemoedigd door een Nederlander die we in een restaurant tegenkwamen gaan we naar DeUna, waar we een kant en klare vijfdaagse toer boeken. Morgen vertrekken lukt helaas niet, maar overmorgen wel. Flexibel als we zijn gaan we akkoord.

Aan de oostkant wordt La Candelaria begrenst door de Cerro Monserratte, een steile berg van 3152 meter hoog. Op een heldere dag kun je de wijde omgeving zien. Helaas hebben we tot nog toe geen heldere dag gehad. Dan maar met een beetje nevel omhoog, besluiten we. Een kabeltreintje overbrugt het hoogteverschil van 500 meter met de stad. Een pad met beelden van de kruiswegstatie leidt vervolgens naar de kerk, waar het beeld van de gevallen Christus het doel is van de vele pelgrims die in de weekeinden vanuit de stad naar boven lopen.
image
Achter de kerk is aan de oostkant van de Monserrate een compleet overdekte winkelstraat ontstaan van kleine souvenirwinkels en eettentjes. Aan het einde van de straat een open bergtop van waar we een mooi zicht bebben op de omringende bergen.
Weer terug aan de kant van de stad trekt langzaam de nevel op en zien we een steeds groter deel van de stad. In de ijdele hoop dat het verder optrekt lunchen we uitgebreid in het stijlvolle restaurant dat in art nouveau stijl tegen de bergwand pronkt.
image
De vele waarschuwingen ten spijt voelen we ons ook in de avonduren redelijk veilig in de stad. Waar veel mensen lopen is het gevaar voor berovingen miniem. Weliswaar ligt ons hotel aan de rand van La Candelaria, maar in de straat van ons hotel lopen er ook als de zon onder is altijd wel een paar mensen. We zijn dan ook minder op ons hoede als we vanuit ons hotel richting het gezellige Plazoleta de Chorro de Quevedo wandelen. We zijn nog geen 100 meter onderweg. Voor ons uit lopen twee jongelui met daarachter, enigszins zwalkend, een derde. Hij leunt vermoeid tegen een garagedeur als wij langskomen, maar dat blijkt slechts schijn. Hij draait zich snel om en grijpt mijn fleece beet. Zijn rechterhand dreigend opgeheven wil hij geld. Ik kan niet goed zien waarmee hij me bedreigt, maar het lijkt niet op een mes. Het is maar een klein ventje, bedenk ik me, en kijk nog eens naar zijn wapen. Ik kan niet zien wat het is, maar in een opwelling trap ik mezelf achteruit, weg van het wapen. Ik ben geen vechtersbaas, en besef me te laat dat ik nog maar op een been sta als ik de trap geef. En op een been is het lastig achteruit gaan. Het resultaat is dan ook dat ik voor ik het weet op mijn rug lig, niet echt een handige uitgangspositie voor verdere verdediging. Ik kijk dan ook enigszins gespannen wat de overvaller gaat doen. Die is gelukkig net zo geschrokken als ik en ik zie hem op een paar meter afstand zich scheldend terugtrekken. Zijn vrienden zijn gelukkig doorgelopen. Wij lopen terug, de andere kant op, en gaan een cafe op de hoek in om te bekomen van de schrik. Het blijkt een restaurant te zijn, waar die avond een tangoshow wordt gegeven. We hebben geen zin om daarop te wachten en wandelen toch maar richting ons pleintje. Het veilige gevoel is helaas wel verdwenen. Het loopt niet prettig meer. Maar op het pleintje speelt een geweldig percussiebandje, geflankeerd door een trompet. Dat maakt veel goed. Voor de zekerheid bestellen we na afloop toch maar een taxi om de korte afstand terug te overbruggen.

10-8
Zipaquirá ligt 50 kilometer ten noorden van Bogota. Om er te komen nemen we de TransMilenio naar het Portal del Norte. De TransMilenio is het alternatief dat uiteindelijk is gekozen omdat een Metro te duur was voor de stad. Het bestaat uit vrije busbanen waar alleen via gesloten bushaltes kan worden in- en uitgestapt. De bus waar we in stappen is een sneldienst die telkens vier of vijf stations overslaat. Desondanks zijn we een ruim half uur onderweg voordat we het Portal del Norte, het busstation aan de noordelijke stadsrand, bereiken. Binnen de kortste keren zitten we in de bus naar Zipa, zoals de stad afgekort heet. Bij Zipa ligt een zoutmijn, waarin een enorme kathedraal is uitgehakt. De kathedraal is het doel van onze tocht, maar als we uit de bus stappen en door het oude stadje lopen zijn we blij verrast. Een enorm centraal plein geflankeerd door prachtige koloniale huizen en de onvermijdelijke enorme kerk.
image
Voor het eerst in dagen schijnt de zon, we hebben het al snel heerlijk warm. Na de gebruikelijke cappucino lopen we in het noorden de stad uit waar in een berg de ingang van de mijn is. Een enorme toeristentrekker, blijkt uit de hoeveelheid souvenirwinkels en restaurants rond de ingang.

Het bezoek aan de mijn is groepsgewijs, met een gids die met behulp van een moderne megafoon (microfoontje voor de mond en de toeter verborgen onder de jas) in voor mij nauwelijks verstaanbaar spaans allerlei wetenswaardigheden vertelt over de kruiswegstatie die onderweg naar de kathedraal in grote nissen is uitgehouwen. De uitleg is niet overbodig, want de staties zien er allemaal nogal hetzelfde uit: kale uit de zoutrots gehouwen kruisen. De mijngang die alles verbindt is een meter of vier breed en drie hoog. Ruimte zat voor de groepen van dertig, veertig man. We doorstaan de tocht langs de kruisen en komen na ruim een uur op het balkon van het imposante middenschip van de kathedraal. Een ruimte van een meter of dertig hoog, twintig breed en vijfenzeventig lang is uitgehouwen uit de rots. Aan het einde van de ruimte is de vorm van een gigantisch kruis uit de rots gehouwen, die aan de achterzijde wordt belicht. De hele ruimte wordt overigens prachtig belicht in wisselende kleuren.
image
Het.balkon waar we op staan is ongeveer twintig meter hoger dan de vloer van het middenschip. Via een gang lopen we naar beneden en komen in het zijschip. Een ruimte gelijk aan het middenschip, maar dan zonder het kruis. Eenmaal bij het kruis is het nog groter dan het van afstand leek. Aan beide zijden van het middenschip is een zijschip uitgehouwen. Wat een werk.

Als we drie uur later weer buitenkomen schijnt de zon nog steeds. De terrasjes op het plein lonken ons toe. Na een heerlijke late lunch is het hoog tijd om terug te gaan. Weer met de bus naar Portal del Norte en daarna lokaal verder. De wandeling in donker vanaf de TansMilenio naar het hotel verloopt zonder problemen. Morgen wacht ons een reisdag naar het Amazonegebied.

Popayan – Bogota

5-8
Nog niet eerder had ik de pincode van mijn creditcard nodig om een vliegticket te betalen, maar bij Avianca wel. Ik weet dat ik een pincode heb, maar daarmee houdt het wel op. Vandaag dus een van die hinderlijke ontdekkingen die je op reis doet. Gelukkig is de geldautomaat geduldig en kunnen we de tickets ook contant afrekenen bij het kantoor van Avianca.

Met een ATR 72 vliegen we in anderhalf uur naar Bogota. Tussen de wolken door hebben we zicht op het groene berglandschap en op de rivieren die door de hoogvlakte meanderen.
image
Het vliegveld ligt vlak bij de stad. Met een taxi zijn we in een minuut of twintig in het oude centrum La Candelaria bij hostel Candelos. We hadden er voor de zekerheid in Popayan telefonisch een kamer met prive badkamer gereserveerd. Het blijkt een piepklein donker kamertje te zijn met het raam aan een gangetje dat op de overkapte centrale binnenplaats uitkomt. Niet echt fraai, maar het is er schoon, de mensen zijn bijzonder aardig en behulpzaam, en het is niet duur.

Het is wel stervenskoud in Bogota. De 2.600 meter gaan je behoorlijk in de koude kleren zitten. Gelukkig heb ik een dikke fleece bij me. De Plaza Bolivar, het centrale plein is nog geen 10 minuten lopen door de smalle straten met de koloniale huizen. We vallen met onze neuzen in de boter, Bogota viert deze week het 475-jarig bestaan. Op het plein zijn twee enorme podia door een catwalk verbonden. op het grooste maakt het symfonie orkest van Bogota zich klaar voor de generale repetitie.

Ook in Bogota is het straatleven zeer levendig, maar het valt op dat er veel minder ambulante handel is. Wa zien voornamelijk verkopers van fruit, vruchtensappen en etenswaren. De brede Carrera 7 is in het centrum autovrij gemaakt en veel inwoners zijn er naar toe getrokken als we er begin van de avond wandelen. Als we weer terug komen op het plein begint net de generale repetitie. Er zijn weinig toeschouwers, we staan vooraan bij de dranghekken waarmee de podia zijn afgezet.
image
De bombastiche muziek is waarschijnlijk speciaal voor de gelegenheid gecomponeerd. Het wordt spannend als op een gegeven moment de plaatselijke fanfare vanaf een hoek van het plein met luide trom en schetterende trompetten aankomt. Het blijkt er allemaal bij te horen. Via het tweede podium komt een groep jongeren op waarvan de aanvoerder de rol van Simon Bolivar speelt. Via de catwalk loopt de optocht naar het grote podium waar in combinatie met het orkest een spaanstalige rap over de lokale geschiedenis wordt gedeclameerd. Er ontspint zich een aparte combinatie tussen moderne en klassieke muziek. Op een gegeven moment worden de vele burgeroorlogen met twee groepen van elk acht mensen in een wervelende breakdance uitgebeeld.

We staan anderhalf uur naar dit spektakel te kijken voor we, enigszins verkleumd, een restaurantje zoeken op het schilderachtige Plazoletta del Chorro de Quevedo. Verrassend genoeg is het eetzaaltje op 2 hoog, met ramen rondom. We hebben er een schitterend zicht op de stad.

6-8
Ook het beroemde Museo de Oro is op loopafstand. We zijn op tijd voor de engelstalige rondgang die ongeveer een uur zal duren. Onze gids is een jonge enhousiaste historicus die net op een van de gouden beeldjes is afgestudeerd. Hij weet er dus veel van en vertelt boeiend over de oude prekoloniale indianenculturen die al dit moois hebben vervaardigd.
image
Metaal speelde in de precolombiaanse culturen een volledig andere rol dan in de westerse wereld, waar van metaal wapens werden gemaakt, en waar edelmetaal als ruilmiddel werd en wordt gebruikt. Voor de indianen was metaal een geschenk van de goden, dat gebruik je niet om wapens van te maken en je gebruikt het ook niet om wereldse zaken te kopen.

De priesters (shamanen) zorgden voor het contact tussen de drie werelden. De natuur, waar de slangen, kikkers en jaguars belangrijke vertegenwoordigers van waren, de mensenwereld, en de wereld van de goden. Het was belangrijk om de drie werelden in balans te houden. Daarom moesten de sieraden regelmatig aan de goden worden teruggegeven. Aangezien goud vaak werd gewassen uit rivierzand, werden de gouden sieraden veelal aan het water toevertrouwd. Een speciaal vlot werd gebruikt om de offers in het diepe deel van de bergmeren af te zinken.
image
De Spanjaarden hoorden de verhalen hierover, en in hun fantasie ontstond het idee van El Dorado. Je moet wel heel veel goud hebben om het zomaar in het water te flikkeren.

De cirkel van leven en dood speelde een Wezenlijke rol. Kikkers en vlinders waren belangrijke symbolen voor dit transformatieproces. De shamaan die met de drie werelden in contact stond, moest zich kunnen transformeren in de belangrijkste levensvormen. Hij werd de condor, de jaguar of een mix daarvan, door het dragen van neusmaskers, lange nagels, een staart, veren. De neusmaskers hadden losse ornamenten, die als hij sprak schitterden in de zon, en als bellen klingelden. Hij rook ook het metaal van zijn neusmasker. Alle zintuigen kwamen aan bod bij de versierselen die werden gebruikt.
image
De gouden ornamenten werden voornamelijk door de priesters en andere machthebbers gebruikt om het gewone volk te overtuigen van hun macht over de drie werelden.

De goudsmeden stonden in hoog aanzien. Zij waren het die de giften van de goden konden bewerken. Edelmetalen werden gemengd om kleureffecten te creeren en om een lager smeltpunt te krijgen. Veel ornamenten werden gegoten in klei waarin met bijenwas ruimte was gecreerd voor het te gieten object. Zo creerden de goudsmeden enorm verfijnde sieraden, zoals deze oorring, en beeldjes.
image
De maskers, borstplaten, helmen en kronen werden gehamerd. Om het draagbaar te maken moest het wel heel dun zijn, en toch sterk.

Om in een heldere trance te raken gebruikten de shamanen cocabladeren. Het zuur dat de bladeren bevatten werd geneutraliseerd met kalk, dat in speciale containers werd bewaard. Met een dunne bevochtigde pen werd de kalk uit de containers gehaald.
image
Om de toekomst te voorspellen gebruikte men Yopo. Als de Spanjaarden kwamen om het goud te roven hadden de shamanen hun komst vaak al voorspeld. Na vele malen achter het net vissen verboden de Spanjaarden de autochtone bevolking het gebruik van Yope, een verbod dat pas onlangs is ingetrokken.
image
We luisteren geboeid naar onze gids. Als hij klaar is met zijn rondgang zijn we ruim twee uur verder. We dwalen nog een paar uur door dit museum tot we boordevol indrukken het pand verlaten. Genoeg museum voor vandaag.

Manizales – Popayan

2-8
Er wacht ons een lange busreis vandaag. Na enig wikken en wegen besloten we gisteren om het drukke Cali over te slaan en gelijk door te gaan naar Popayan, een oude koloniale provinciehoofdstad ten zuiden van Cali. Zoals gebruikelijk onderbreekt de chauffeur de 7 uur durende busreis bij zijn favoriete winkel waar wij passagiers zijn consumpties verdienen met onze aankopen.

Het grootste deel van de reis gaat over de hoogvlakte tussen de westelijke en de middelste Cordilleras. Achter de eindeloze suikerrietvelden doemen de bergketens in de verte aan beide kanten op. De vlakte er tussenin is weinig spectaculair. image
imageDe laatste anderhalf uur van de reis gaan we de bergen is en wordt het landschap weer interessanter. Als we tegen half zeven op het busstation van Popayan aankomen begint het al te schemeren. Het hotelletje dat we hebben uitgezocht, Hosteltrail, is nog geen kilometer van het busstation. Sportief lopen we met onze bagage de 15 minuten over de steeds donker wordende straat. Popayan is een veilige stad… zeggen ze. Toch ben ik blij als er in het hostel een kamer voor ons beschikbaar is. Na zeven uur in de bus waren we wel aan een opfrisbeurt toe.

Hosteltrail ligt tegen het oude koloniale centrum aan. We wandelen de sfeervolle binnenstad in. Het centrale plein, Parque Caldas, ademd een gezellig vreedzame sfeer. Niet de grote mensenmassa’s van de grote steden, eerder de rust van een provinciestad. Families zitten op bankjes onder de 30 meter hoge ceders. De jeugd vermaakt zich op skateboards. We eten in een van de sfeervolle restaurants.

3-8
Ons hostel is wel gehorig, zegt Ineke de volgende ochtend. Ik sliep, zoals gewoonlijk ongestoord door alle geluiden heen. We brengen de ochtend rustig door. Voor het eerst in drie dagen hebben we weer internet, en ik lees in mijn achterstallige mail dat ma Zwan, mijn ex schoonmama op 92-jarige leeftijd is overleden. Onze warme band heeft mijn scheiding altijd overleefd. Ik zag haar voor het laatst in februari, toen ik in Nederland was.

We dwalen wat door de oude stad, waar alle huizen wit gepleisterd zijn. De oude brug is driehonderd jaar geleden gebouwd om de priesters de mogelijkheid te bieden hun bekerende werk in de armenwijk te doen. De nieuwe brug vlak ernaast is 160 jaar later gebouwd en nog steeds in gebruik. imageHelaas is er op deze mooie dag geen enkel terrasje waar je buiten kunt zitten om iets te eten of te drinken. We vinden onze buitenlunchplek iets verderop in een oud winkelcentrum aan de rand van het koloniale gedeelte.

Om kwart over twee komen we bij het Museo de Historia Natural. Het gaat om twee uur open, maar de deur is dicht. De bewaker vertelt ons dat de suppoosten er nog niet zijn. Ga maar even El Morro de Tulcan op, raadt hij ons aan. De steile heuvel ligt om de hoek en biedt een schitterend uitzicht op de stad. Onderweg zien we een paar jongeren die een prachtige tor gevonden hebben. een ronde neushoorn raakt bijna aan de rechte hoorn op zijn kop. image
Als we drie kwartier later terugkomen is het museum open. De benedenverdieping biedt een schitterende collectie natuurlijke kristallen en gesteentes in ouderwetse vitrines. Op de eerste verdieping een enorme hoeveelheid opgezette vogels en opgepinde vlinders en andere insecten. imageHier zie ik dat de tor die we eerder buiten zagen een scarabee is. Op de bovenste verdieping vinden we opgezette zoogdieren. Het museum heeft veel te veel objecten voor de beschikbare ruimtes. De ouderwetse presentatie doet geen recht aan de schitterende collectie.

4-8
Silvia is een bergstadje dat met een bus in anderhalf uur te bereiken is. In de buurt woont het Guambiano volk, dat beschouwd wordt als een van de meest traditionele groepen van het land. We zien ze in traditionele kleding door het stadje lopen. Fel blauwe ponchos op zwarte rokken. witte blouse en zwarte bolhoed. Ze worden niet graag gefotografeerd, lees ik in mijn gids en datzelfde geldt waarschijnlijk voor de soldaten die op een straathoek een uit zandzakken opgebouwde kazemat bemannen. image
image

Even verderop is een kazerne die aan de achterkant muren met schietgaten heeft. Het doet wat middeleeuws aan, maar het was kennelijk effectief in de strijd teggen de guerilleros. Nog niet eerder zagen we de soldaten zo zwaar gebarricadeerd. Kennelijk is het leger hier nog niet zo lang de baas. Overigens staan de soldaten er ontspannen bij. Ze groeten vriendelijk, niets aan de hand.

Op een heuvel aan de rand van het stadje hebben we een mooi uitzicht op de omringende bergen. Een kerkje vol gelovigen completeert de heuvel. De priester is net bezig met zijn preek. Een lachsalvo uit de kerk trekt ons naar de ingang. De priester preekt niet vanaf de kansel, maar loopt al pratend door het middenpad. We moeten vooral genieten van het leven, hoor ik hem zeggen. Een man naar mijn hart. image

Het is overigens koud in het bergdorpje. Daar hadden we geen rekening mee gehouden met onze kleding. Ik val wel wat uit de toon met korte broek en T-shirt. Het is bewolkt en af en toe valt er een spat. Gelukkig zet het niet door.
We treffen voor de terugweg hetzelfde minibusje dat we ook de weg omhoog hadden. Ik raak gewend aan de overweldigende vergezichten onderweg. Omlaag gaat veel sneller dan omhoog. We zijn binnen het uur terug in Popayan. Op het centrale plein staan bij Juan Valdez zowaar een paar tafeltjes op straat. Ze verkopen alleen koffie, het koele bier moet nog maar even wachten.

Vier weken is niet genoeg als je rustig aan wilt reizen. We zijn al bijna op de helft van de tijd en willen ook nog een dag of vijf uittrekken voor een Amazonetrip. Daarom besluiten we een stuk van onze rondtocht over te slaan en morgen rechtstreeks naar Bogota te vliegen. Vijftien uur in de bus is geen optie.

Manizales – Armenia

28-7
Om 4:15 uur opstaan doet wel pijn, maar je moet wat over hebben voor een mooie bergwandeling in het Parque Nacional Natural Los Nevados. Zeker als er expliciet bij wordt verteld dat de tour stipt op tijd vertrekt. Klokslag 5 uur zijn we dus klaar om te vertrekken en ontmoeten een Duits echtpaar dat met ons nog een kwartiertje wacht tot we met een tweetal Toyota Landcruisers worden opgehaald. In onze landcruiser treffen we naast gids Mauricio een jong Spaans stel en Georgina van Bonaire. Hoe klein is de wereld. Tot voor kort werkte nichtje Inge als oppas voor de kinderen van Georgina.

De noodzaak van extreem vroeg vertrekken wordt wat twijfelachtig als Mauricio aankondigt dat we eerst in een nabijgelegen winkeltje gaan koffiedrinken. Het geeft wel de gelegenheid om alvast een broodje te eten en wat proviand in te slaan. We zullen 2,5 uur rijden voor we ontbijt krijgen. Na een half uurtje vertrekken we richting tankstation. De twijfel wordt zekerheid. We hadden rustig nog een uur kunnen slapen voor vertrek.
Bij de stadsgrens begint de onverharde weg naar boven. We waren al gewaarschuwd dat het twee uur hobbelen zou worden. Dankzij ons beleefde wachten en Ineke’s opoffering stap ik als laatste in en heb ik de beste plek, naast de bestuurder. Het weggetje hobbelt tegen steile hellingen omhoog. Overal om ons heen op de steile, maar rondgetopte heuvels. overvloedige vegetatie, onderbroken door graslanden. Tegen de wand geplakte armoedige huizen en waar het iets vlakker is een dorpje. Dit is veegebied. Een landschap dat in de Hobbitfilms niet zou hebben misstaan. De gids vertelt over de witte bomen, die witter worden naarmate ze meer zonlicht krijgen. imageOver de koeien uit Normandie, Frankrijk, die goed tegen het klimaat kunnen en wel 30 liter melk geven per dag. Dat is drie keer zoveel als de lokale koeien. Ze worden overigens nog met de hand gemolken. Op de steile hellingen kunnen de melkmachines niet komen, verklaart onze gids. Ergens halverwege de rit zien we dat de melktankwagens hier ook niet komen. Een paard en – met 10 ouderwetse melkbussen volgeladen – wagen blokkeert de weg. Daarachter 2 muilezels met elk 4 meklbussen op een speciale houten draagbeugel. Alsof de tijd hier stilstaat. image
Het is behoorlijk fris. Ik heb geen spijt dat ik behalve een dikke fleece, ook mijn leren jack heb meegenomen. Wellicht dat de zon het jack later op de dag overbodig maakt, maar dan kan ik hem altijd nog in de auto achterlaten. We passeren twee watervallen, waar we natuurlijk stoppen om foto’s te maken imageen komen na uren hobbelen aan bij een eenvoudige boerderij. Het is hier een slordige 3.900 meter hoog. Dit is de laatste boerderij voor het Nationale Park begint. Hier gaan we ontbijten.

Het langgerekte gebouw bestaat uit een lange gang aan de zijde van het dal, waaraan de keuken, de badkamer en een paar slaapkamers liggen. De geur van het vuur in het houtgestookte fornuis trekt door het hele huis.image We zitten op lange smalle houten bankjes in de gang te wachten op het ontbijt. De gidsen hebben de ingredienten meegenomen die nu tot een ontbijt van arepas (maispannekoeken) met roerei en kaas worden omgezet. De warme drank is thee van suikerriet met chocola. Heel apart.

Na het ontbijt rijden we nog en minuut of twintig omhoog, waar op 4.200 meter het wandelpad begint. We zitten hier midden in het páramo ecosysteem, een zeldzaam door gletschers gevormd landschap tussen de 3 en 5 duizend meter hoogte dat slechts in een paar zuidamerikaanse landen voorkomt. Ondanks de barre omstandigheden op deze hoogte is er een enorme diversiteit aan struiken, planten en mossen, en alles bloeit uitbundig. Veel planten halen met fluweel behaarde bladeren het vocht uit de lucht. Volgens onze gids houden ze zo ook de aarde vochtig waarin ze wortelen. Grote, op dikke zuilcactussen lijkende planten beheersen het beeld met hun geel bloeiende toppen. imageHet is koud, ik houd mijn jas maar aan, mijn ongehandschoende handen stevig in de zakken. Hoezo goed voorbereid. Ik bedenk me dat we beter eerst een paar dagen op 2.200 meter in Manizales hadden kunnen acclimatiseren voor we op deze hoogte gingen lopen. Veel water drinken is het devies.

De eerste tien minuten zijn het ergst, zegt de gids. We volgen hem hijgend en puffend op ons eigen tempo. Gelukkig zijn wij niet de traagste. Ook de anderen zijn niet gewend om op deze hoogte te lopen. Mauricio wacht geduldig op ons, maar uiteindelijk niet op het Duitse stel. De man heeft net een paar operaties ondergaan en is eigenlijk niet in staat om deze inspanning te doen. Bekvechtend blijven ze achter tot de tweede groep ze inhaalt. Uiteindelijk brengt de gids van de tweede groep ze terug naar de auto’s.
Mauricio vertelt tijdens de vele pauzes die we nodig hebben om op adem te komen over de weelderige fauna. De spaanse namen zeggen me niet zoveel maar de blauwpaarse bloemen van de Arnica kan ik onthouden, misschien wel omdat het plantje arsenicum bevat. Ook de blauwe valeriaan blijft me bij. imageMaar de tientallen andere bloeiende planten die Mauricio met name noemt gaan aan me voorbij. Niet de majestueuze vergezichten, daar geniet ik met volle teugen van. image
Halverwege de 2,5 uur durende klim wordt het kaler. Hier, op 4600 meter, reikte 60 jaar geleden de gletscher nog, die eerst langzaam, maar het laatste decennium met 25 meter per jaar wegsmelt. De opwarming van de aarde heeft in dit tropische gebied al jaren grote gevolgen. Met de snijdende wind in het gezicht merk ik er niet zoveel van. De gevoelstemperatuur ligt ver beneden het vriespunt.
Georgina heeft het zwaar in de tweede helft van de klim. Hoofdpijn is het eerste symptoom van hoogteziekte, het wordt gevolgd door misselijkheid. De Spanjaarden hebben cocapillen die even helpen, en gember tegen de misselijkheid. Op pure wilskracht sleept Georgina zich verder omhoog tot het een paar honderd meter voor het einde van de tocht echt niet meer gaat. Mauricio laat de vier laatste mohicanen verder lopen en brengt Georgina terug. We lopen in de wolken door een surrealistisch landschap. De nevel bevriest op de planten en rotsen, met glinsterende ijsvlaggetjes als resultaat.image Uiteindelijk komen we bij de gletscher, waarvan maar een klein deel zichtbaar is. De rest verdwijnt in de nevel. Het is hier stervenskoud, dus we blijven maar kort. Maar we hebben het gehaald. imageimage
Terug gaat het sneller. We hebben nu we omlaag gaan minder last van ademtekort, maar Ineke heeft behoorlijk last van de kou. Desondanks zijn we in 1,5uur weer bij de auto’s, waar Georgina als een hoopje ellende op ons zit te wachten. Met onze duitse lotgenoten gaat het beter. We hobbelen terug naar de boerderij, waar een warme lunch wordt bereid. Pas als we verder afdalen voelt ook Georgina zich weer beter. Ik heb bewondering voor haar doorzettingsvermogen. Ik zou al veel eerder zijn afgehaakt.

29-7
We hebben het verdiend vinden we, dus ontbijten we luxe bij La Suiza op het terras met uitzicht over de stad. Met een paar overheerlijke cappucino’s op het even verderop gelegen terras van Juan Valdez schrijf ik het eerste deel van dit reisverslag.
Met de bus naar het centrum van Manizales is een ritje van een kwartier. De atmosfeer op straat is rustiger dan in Medellin. Wel veel mensen op straat, maar niet de lawaaiige levendigheid van de grote stad. Op deze gewone maandagmiddag zit de grote kathedraal helemaal vol. De gezongen mis loopt bijna ten einde, en de priesters lopen zegenend door de kerk. Het geloof leeft nog sterk hier. De kathedraal is in 1929 in gewapend beton gebouwd in neogothische stijl. Een stukje verderop bezoeken we de Iglesia de la Immaculata Concepcion die in het begin van de 20e eeuw is gebouwd. De wanden, de pilaren en het plafond zijn bekleed met cederhout. Het geeft de kerk een bijzonder karakter. Een oudere man, die zich voorstelt als de diaken van de kerk, vertelt er een en ander over. We moeten vooral foto’s maken en als we het altaar op willen is dat geen probleem. Als we rond zijn staat hij ons op te wachten. We moeten toch vooral een foto maken van een plaquette waarop de geschiedenis van de kerk is weergegeven. En we krijgen een zilverkleurig bedeltje met de beeldenis van de engel Michael die ons zal beschermen in Colombia. Vanzelfsprekend vraagt hij een offer voor de kerk. Op mijn vraag of er een offerblok is om het in te doen antwoord hij ontkennend. Maar we kunnen de gift veilig aan hem geven, wat we vol misplaatst vertrouwen dat het volledig bij de kerk terecht zal komen ook doen.

30-7
Als de taxi zo betaalbaar is als in Colombia, heb je zelfs als budget reiziger weinig moeite om dit vervoermiddel te gebruiken om van en naar het busstation te gaan. Naar Armenia rijden alleen minibussen en wij zitten deze keer voorin naast de chauffeur om ten volle te kunnen genieten van de 2,5 uur durende reis. Het eerste stuk is het mooist. Steile, met koffie, bananen en natuurlijke vegetatie beplante hellingen en vergezichten over valleien. Later komen we op een hoogvlakte tot we Armenia bereiken, de hoofdstad van Quindio, een van de drie koffieprovincies. Vlak bij het centrale Bolivarplein zet de chauffeur ons op verzoek af. Volgens onze Lonely Planet gids zit hier in een overheidsgebouw een zeer behulpzaam VVV kantoor waar ik informatie wil vragen over de honderden Finca’s (boerderijtjes) die ook aan overnachtingen doen. Helaas is het kantoor verhuisd naar het gemeentehuis, een paar blokken verder lopen. We komen er om kwart voor twee aan, dat is te vroeg. De lunchpauze is immers tot twee uur. De bewakers laten ons binnen wachten met onze bepakking en dragen zelfs stoelen aan. Om twee uur mogen we naar boven naar de afdeling cultura en turismo op de vierde verdieping. Ik moet wel mijn computer registreren voor we naar boven gaan. Kennelijk een bescherming tegen diefstal van overheidscomputers. Als blijkt dat het een Ipad is, blijkt registratie minder belangrijk.

Eenmaal boven blijkt het niet zo gebruikelijk dat toeristen daar aan de balie komen. Er is een bijkantoor bij de busterminal, maar zover kwamen wij niet. Als dat eenmaal duidelijk is worden we meer dan vriendelijk geholpen. We worden als VIP’s behandeld. Medewerkster Claudia belt naar het filiaal om te vragen waar we het beste nar toe kunnen, laat ons de website zien en belt de eigenaar. Ze weet zelfs een korting te bedingen op het gangbare tarief en regelt een taxi. Het gaat allemaal niet vanzelf. Ze is met twee van haar collega’s wel een uur met ons bezig. Uiteindelijk begeleidt ze ons naar de parkeergarage onder het gebouw waar de taxi klaar staat. Na enig zoeken zijn we een half uurtje later bij Finca El Balso, iets buiten de stad. We zijn de enige gasten in dit prachtige oude gebouw, waar maximaal 5 kamers worden verhuurd. imageWe worden opgevangen door Lucilia, die ons vertelt wat er allemaal niet kan. Zo kunnen we niet lunchen op de finca, en het avondeten moeten we ‘s-ochtends al besteld hebben. Vanavond kunnen we dus niet terecht. Maar het is vijf minuten lopen naar de hoofdweg, en met de bus is een goed restaurant binnen vier minuten bereikbaar. Morgen willen we een dagje luieren op de finca, dus we bestellen gelijk het avondeten. Voor de lunch doen we boodschappen bij een minimarkt naast het restaurant. Met een glas wijn luisteren we op de veranda voor onze kamer naar de avondgeluiden. De chicades voeren de boventoon.
image

Juliau Morales schuift aan bij het ontbijt. Een krasse oude man, die ons rond gaat leiden over de finca. Zijn vrouw is de eigenaresse. Vroeger had hij zelf ook een koffieplantage, maar die heeft hij verkocht toen de wereldprijzen voor koffie te laag werden. Hij is (of was) voorzitter van de machtige Federacion de Cafeteros. Trots vertelt hij dat Colombia al decennia leidend is op het gebied van landbouwkundig onderzoek naar koffie. In Zuid Amerika wordt de Arabica koffie geproduceerd. Robusta komt voornamelijk uit Afrika. Zelf is hij landbouwkundig ingenieur. Jarenlang hield een wereldwijd koffiekartel onder leiding van Colombia de prijzen stabiel op een aanvaarbaar niveau. Toen er scheuren in het kartel kwamen bleek dit niet houdbaar. De prijzen liggen nu op een niveau waarmee onvoldoende te verdienen valt in Columbia. De meeste koffieplanten staan op steile hellingen, en dat maakt machinale pluk zoals in Brazilie onmogelijk. Voordeel is wel dat er preciezer kan worden geplukt, waardoor een zuiverder fermentatieproces ontstaat. De colombiaanse koffie is daardoor zachter van smaak.
We lopen de tuin uit om de koffieplanten te bekijken. Aan de struiken hangen bessen in alle stadia van ontwikkeling. Jiliau vertelt dat de knopen op de takken, waar de bessen uit groeien, via veredelingsprocessen steeds dichter bij elkaar zitten. Zo komen er meer bessen per tak. imageDaarnaast is het nu mogelijk de struiken dichter op elkaar te zetten. Waar vroeger 900 koffiebomen per hectare stonden, zijn het er nu10.000.
We plukken een paar rijpe bessen en wrijven de bonen er uit. Twee bonen per bes. Dit gebeurt normaal gesproken machinaal, maar Juliau wil ons een van de bedreigingen van de oogst laten zien. In een paar bessen zitten rupsjes die de bonen vreten. imageZe hebben een levenscyclus van 30 dagen en komen alleen in rijpe bessen voor. Om de plaag in de hand te houden moet voorkomen worden dat rijpe bessen op de grond vallen. Daarom moeten de rijpe bessen wekelijks of tweewekelijks worden geplukt. Een arbeidsintensief karwei waarmee Colombia zichuit de markt prijst. Machinale pluk in combinatie met insecticiden is weliswaar minder duurzaam, maar wel goedkoper, en dat laatste is wat telt in de wereld.
Een andere bedreigingvoor de oogst is een schimmelsoort uit Afrika die in de jaren 60 in Brazilie opdook. De Colombianen hadden 25 jaar nodig om een resistente soort te ontwikkelen, maar ze waren klaar toen de schimmel in Colombia opdook. Nu is ruim 40% van de planten vervangen door de resistente koffiebomen.
Overigens is slechts een klein deel van de 11 hectare van finca El Balso beplant met koffie. Om de zaak rendabel te houden is een groot deel beplant met bananen. Dat levert het hele jaar door een gelijkmatige oogst, die meer oplevert dan de koffie. De koffie is een nostalgische bijdrage aan het toerisme.

Juliau gaat na deze interessante uitleg weer naar huis. Wij hangen de rest van de dag op de veranda en rond het zwembad. In afwachting van het avondeten zit ik dit verslag te typen als om een uur of zes Lucilia komt vragen of we vanavond nog weggaan om te eten. Verbaasd zeg ik dat we toch gisteren hebben gezegd dat we hier willen eten, maar nu blijkt dat ze nogal letterlijk bedoelde dat de reservering bij het ontbijt moest gebeuren. Ze heeft geen opdracht van Juliau gekregen, dus er is geen avondeten. Ik uit zuchtend mijn onvrede over deze gang van zaken, maar ze is onverzettelijk. Ik meen zelfs een spoor van triomf in haar ogen te zien als ze me vertelt dat ze toch echt heeft gezecht dat de bestelling bij het ontbijt moest plaatsvinden. Dan maar weer met de bus naar het restaurant waar we gisteren ook waren.

Toevallig komt Juliau net aan met twee nieuwe gasten als wij op het punt staan tevertrekken. Dat geeft me de gelegenheid hem op de hoogte tebrengen van het ongelukkige misverstand dat de bestelling gisteravond niet geldig bleek. Lucillia komt gelijk uitgebreid uitleggen dat het niet aan haar ligt, dus ik gooi het maar op mijn matige beheersing van het Spaans en laat het oordeel aan de baas over. Die kan gelijk de nieuwe gasten uitleggen hoe het systeem in elkaar zit. Het is een jong stel uit Zweden, hij half Colombiaans, half Zwitsers, zij volledig Zweeds.
We zien ze een kwartiertje later als we in het restaurant zitten. Ze komen gezellig bij ons aan tafel zitten. Hij heeft familie in Bogota en in Baranquilla, en ondanks vele familiebezoeken is dit de eerste keer dat hij dit deel van Colombia bezoekt. Het is ook voor het eerst dat hij met openbaar vervoer reist, een heel avontuur. Hij komt er in contact met een deel van de bevolking dat hem volledig onbekend is, de arbeiders, en hoort in de bus hoe de bananenplukkers denken over hun bazen. ‘ Ze hebben helemaal geen verstand van bananen, ze kunnen beter coca blijven kweken.’

1-8
De stad Armenia heeft niet veel te bieden voor de toerist. Het centrum is in 1999 door een aardbeving verwoest. Nadat iedereen van de schok bekomen was, is men stevig aan de slag gegaan. De economische ontwikkeling was in het afgelopen decennium groter dan in de dertig voorgaande jaren.
Het Museo del Oro Quimbaya ligt aan de rand van de stad en is absoluut de moeite waard. Een uitgelezen collectie precolombiaans aardewerk en fijne gouden beeldjes, neusringen en andere sieraden houdt ons ruim twee uur geboeid van de straat. De Engelse vertaling van de informatieve muurpanelen is een sympathiek gebaar naar de toerist.

Op zoek naar een geldautomaat dwalen we nog wat door het nieuwe centrum. Na twee mislukte pogingen (de transactie ondervindt technische problemen, onze verontschuldigingen) is het de derde keer raak en kunnen we weer gaan uitgeven. Heerlijke verse vruchtensappen op een terrasje en een stichtelijk bezoek aan de kerk. De moderne cathedraal die na de aardbeving snel moest worden gebouwd is van prefab beton en toch sfeervol. Twee omgekeerde V’s die loodrecht op elkaar staan in de klassieke vorm van een kruis. Heel bijzonder.
Nog een laatste namiddag genieten van het zwembad en de veranda van inze finca. Morgen gaan we onderweg naar Popayan.

Medellin – Manizales

Colombia 23-7
Na een alcoholisch heftig welkom terug van Marijke en Rob op de voorgaande avond vertrekken we in alle vroegte ietwat brak in de Fokker 50 van insel air naar curacao. Overstappen op de Fokker 100 van Insel naar Medellin. We kregen de instapkaarten al op Bonaire, maar het valt pas op Curacao op, dat de aansluitende vlucht 2,5uur later op de boarding passes staat. Dat geeft iets meer tijd om me in te lezen op deze reis. Wel jammer dat het niet zo goed doordringt in mijn wattige hoofd, maar het komt langzaam door dat het vliegveld een slordige 35 kilometer van Medellin ligt. Misschien toch maar beter met de bus naar de stad.
En zo belanden we om iets over twee in de middag in een ellenlange rij voor de immigratie op het vliegveld van Rionegro. Wel gezellig met een aantal bekenden van Bonaire, waaronder Anton die vertelt dat hij een ijssalon gaat beginnen in Medellin. Eenmaal met onze bagage door de douane blijkt dat mijn spaans twee dagen geleden aan de telefoon toch beter doorkwam dan ik,had verwcht. We worden imageopgewacht door een man van guesthouse Prado. Ineke ziet een bordje met een tekst die mijn naam moet voorstellen. Wel zo makkelijk, een taxichauffeur die je vertelt wat er te zien is onderweg en je tot de voordeur brengt.
De eerste indruk van de stad is: druk. Erg druk. Niet zo gek voor een stad met 3 miljoen inwoners. We rijden op de snelweg onder een groot pendulum door, het geografische midden van de stad. Daarna rijden we de chaos in. Autos,voornamelijk kleine gele taxi’s, bussen, veel bussen, motoren en brommers kriskrassen rakelings langs elkaar. Het doet me aan Teheran denken, de stad met het meest chaotische verkeer dat ik ooit meemaakte.
Ons hotelletje ligt vlakbij het centrum, in calle 61. In heel Colombia zijn de straten die calle heten oost west georienteerd. De noord zuid straten heten carrera. Wel zo makkelijk. We wandelen langs de hoog aangelegde metro naar het centrum. De stoep is hier volgestampt met verkopers van groente, fruit, sportschoenen, kleding, telefoons en alles wat je maar kunnen bedenken. imageEen kleurrijk en uiterst levendig straatleven en wij lopen er midden in. De onvermijdelijke bedelaars zijn er ook. Negeren is meestal de beste tactiek. Op de Plaza Botero zien we maar liefst 23 gordos en gordas, de voluptueuze beelden waarmee de in Medellin geboren kunstenaar wereldberoemd werd.image Honderden mensen lopen op dit plein. Straatartiesten doen omcirceld door toeschouwers hun kunstje, dat meestal vergezeld gaat van een waterval aan woorden. Een wit geschminkte mimespeler geeft eerst mij een hand en vervolgens Ineke een arm. Hij loopt vrolijk lachend een tiijdje met ons mee en is dankbaar voor de 1000 pesos die hij van me krijgt. Kennelijk een goed bedrag, die 50 dollarcent. Om een uur of acht pakken de verkopers hun boeltje en wordt het rustiger op straat. Tijd om naar huis te gaan. Het is al een uurtje donker en we volgen de metrolijn terug naar huis tot we bij een zesbaansweg komen die we op de heenweg niet tegenkwamen. Niet goed! Dus stappen we het metrostation binnen en zien dat er ook een dwarslijn is die we hebben gevolgd. Dan maar met de metro terug naar het hotel. Op het dakterras hebben we een panoramisch uitzicht over de stad. Ietwat snobistisch vergelijk ik het met het uitzicht vanuit mijn eigen huis. (www.bonaireseaviewapartments.com) Een glas koele witte wijn maakt de belevenis compleet. image

24-7 Op zoek naar een oplader voor de batterij van mijn camera ( je kunt niet alles meenemen) lopen we weer het stadcentrum in, waar we volgens de hoteldame wel een fotowinkel kunnen vinden. Ik verwacht de meeste kans te hebben in een grotere camerawinkel, maar kom bedrogen uit. Voor een charger moet ik naar een Centro Comercial om de hoek. De winkeltjes zijn er niet groter dan 10 vierkante meter. Het is even zoeken, maar dankzij de scherpe ogen van Ineke vinden we de juiste plek. Ik zie er maximaal 5 camera’s te koop staan, maar ze hebben de juiste canon oplader. Als beloning drinken we heerlijke koffie op het enige terras aan de Plaza Botero, waar we goed zicht hebben op het levendige plein.

Met de metro naar het noorden, waar we na 5 haltes kunnen overstappen op de metrocable, de kabelbaan die hooggelegen armoedewijken met de stad verbindt. Met ons in de cabine zitten een paar colombiaanse toeristen en een lokale dame die al snel allerlei interessante informatie geeft aan haar medepassagiers. ik vertaal het summier voor Ineke en wordt bij het gesprek betrokken. Het viel ons al eerder op hoe vriendelijk en behulpzaam de mensen hier zijn. We zeilen langs de Spaanse Bibliotheek, een zwart bouwsel dat lijkt op een verzameling basaltblokken. Het torent boven de omringende huizen uit. Hoe hoger we komen, hoe armoediger de huizen. imageHet hoogste station dat nog met een gewoon kaartje bereikbaar is, heet Santo Domingo. Maar van daaruit kunnen we nog verder omhoog, naar Parque Avi, dat zo’n 800 meter boven de stad ligt. Tot onze verrassing gaat de kabelbaar nadat het hoogste punt is bereikt nog kilometers over een hoogvlakte. Scheren over de boomtoppen met prachtige vergezichten over de omringende bergen. Ruim 17 viekante kilometer natuurreservaat met een overweldigende manier van binnenkomen. imageEn heerlijk koel om te wandelen. Op de terugweg genieten we in de kabelbaan weer van het overweldigende uitzicht over de stad, die zich links en rechts uitstrekt in het dal.

Eenmaal beneden maken we van de gelegenheid gebruik om met de metro de stad te verkennen. Eerst naar het noordelijke eindpunt, dan een flink stuk naar het zuiden, en weer terug naar het centrum. Zo rond de klok van 6 is het er op zijn drukst. Op het plein voor de metrohalte wordt op verschillende plaatsen muziek gemaakt. Mensen drommen er in kringen omheen, en hier en daar wordt zelfs gedanst. Een zwerfster ligt ertussen op straat, met rust gelaten door de menigte en door de talrijke politieagenten. De politie is overal duidelijk aanwezig, misschien wel een van de redenen waarom ik me hier ook in de avonduren volkomen veilig voel. De maaltijd in het hotel is zeer smakelijk en na een praatje met de Nederlandse eigenaar ronden we de dag af met een glas wijn op het dakterras.

25-7 Het Parque Botanico ligt op loopafstand van ons hotelletje. Onderweg is het rustiger dan de wandeling richting centrum, maar toch zien we om de haverklap piepkleine eettentjes waar plaats is voor twee of vier klanten. Wat me ook opvalt is de vele kleine bedrijfjes die integraal in de woonwijken zijn opgenomen. Zoals het vroeger in de Nederlandse steden moet zijn geweest. Metaalbewerking, bandenreparatie, koelinstallatie, spuiterijen, je kunt het zo gek niet bedenken of het is midden in de woonwijken om de hoek te vinden. We maken er een langzaam dagje van in de oase van rust die Parque Botanico heet. De ontzagwekkende biodiversiteit van Colombia is in een stadspark niet weer te geven, maar we zien dat er een waardige poging is gedaan. Een voorproefje op wat ons nog te wachten staat. Op een open grasveld zien we een wit geklede mensenmenigte onder leiding van een soort goeroe en met begeleiding van new age muziek de armen gezamenlijk ter hemel heffen. imageDe vredige atmosfeer in schril contrast met het bruisende stadsleven een stukje verderop. Het lijkt me dat het hier op het grasveld na de lunch goed toeven is. Het luxueuze restaurant is een stuk verderop in het park. Op de menukaart lezen we dat we het park ondersteunen als we hier eten. Een prettige gedachte, die de prijs voor de lunch ruimschoots compenseert. Terug op het grasveld merken we dat de new age muziek is vervangen door life muzikanten. Het is er niet op vooruit gegaan. Dan maar geen siesta. Een wandeling door de stad gevolgd door een goed glas wijn op het dakterras bij ondergaande zon is ook aantrekkelijk.

26-7 Om foto’s van de geheugenkaart van mijn camera op de ipad te zetten, had ik een speciaal verbindingsstuk. Had ik. Ik ben het al maanden kwijt. In een stad als Medellin moet dat toch te koop zijn, denk ik. Dat blijkt een vergissing. Een vijftal winkels verkoopt Apple producten, maar de drie die we in de binnenstad vinden hebben geen accessoires. Moedeloos geef ik het na een paar uur op. In het Museo del Arte Moderno valt de frustratie weer van me af. Vooral de bovenste verdieping is indrukwekkend. Deze verdieping is geheel gewijd aan Fernando Botero, die niet alleen een geweldig beeldhouwer is, maar ook prachtige schilderijen maakte.

Onze laatste bestemming in Medellin is de uitgaanswijk El Poblado. We beginnen in Oviedo, een van de luxueuze winkelcentra, in een laatste poging mijn ipad te verbinden met de camera. Wat een wereld van verschil met de binnenstad. We dwalen door dit ruim opgezette centrum waar menige stad in Nederland jaloers op zou zijn. Overigens zonder succes. Apple is dun gezaaid in Colombia. Maar de ‘zona rosa’ ,zoals deze uitgaansbuurten in dit land heten, is overigens de moeite waard. Hier komt de ‘beau monde’ van Medellin om te zien en gezien te worden. Taxi’s rijden af en aan om de bezoekers te vervoeren. Een mooi besluit van ons eerste bezoek aan de stad.

27-7 Een minibus lijkt me geen probleem als ik op de Terminal Sur na enig shoppen de kaartjes koop. Het grote voordeel is dat we vier uur nodig hebben in plaats van de vijf uur met de grote toerbus. Het nadeel zie ik pas als we in het busje zitten. Colombianen kunnen gewoon uit het raam kijken als ze rechtop zitten. Wij niet. Alleen als we flink onderuit zakken komt het prachtige hooggebergte volledig in beeld.

We lunchen in een van de vele tegen de berghellingen geplakte dorpjes die we onderweg tegenkomen. Geen haast, zegt de chaufeur. Een stuk verderop is de weg gebarricadeerd tijdens landelijke protesten tegen het regeringsbeleid, en men verwacht dat de weg pas om twee uur weer vrij is. De voorspelling blijkt slechts iets te optimistisch, en we staan er dus nog een half uurtje te wachten. De barricade blijkt een metersdikke boom die is omgezaagd. In stukken ligt hij aan de kant van de weg.

Hostal Mountain House ligt vlak bij de zona rosa van Manizales in een wijk die op een steile helling is gebouwd. De taxi die ons er van het busstarion naar toe brengt moet dan ook regelmatig terug naar de eerste versnelling. We hebben geluk, de enige kamer met prive badkamer is nog vrij. Na een verfrissende douche verkennen we de hoger gelegen zona rosa en genieten van het panorama over de stad vanaf het terras van cafe Suiza. Een Zwitserse tearoom in Colombia, het doet me denken aan Charly’s in Gstaad.

Hostal Mountain House boekt ook tours. Terug in het hostal blijkt dat de mooiste trip, die met een stevige wandeling naar de gletscher van het Parque National Nevada, alleen van donderdag tot en met zondag gaat. Dat wordt vroeg op morgen. De tour vertrekt om 5 uur! En ze zijn stipt op tijd, wordt er zekerheidshalve bij verteld.